Posts tonen met het label geëngageerd boeddhisme. Alle posts tonen
Posts tonen met het label geëngageerd boeddhisme. Alle posts tonen

dinsdag 28 augustus 2012

Een boeddhistische meetlat voor politieke partijen? Boeddhisme en humanisme vergeleken

In het dagblad Trouw vandaag een artikel over de programma's van de politieke partijen langs 'de humanistische meetlat', uitgevoerd door het Humanistisch Verbond; zie hier .

Dat roept natuurlijk de vraag op of er ook zoiets als een boeddhistische meetlat bestaat of kan worden ontwikkeld? Zelfs over de vraag wie daartoe bevoegd zou zijn, zouden we al niet eens worden; anders gezegd: niemand kan dat.

Toch valt er, in het verlengde van m'n vorige blog (Stemmen boeddhisten wijzer?) wel iets over te zeggen.
Ik wil echter iets anders doen: nagaan of de humanistische meetlat ook boeddhistisch genoeg is? Er wordt immers soms gezegd dat boeddhisme en humanisme nogal verwante levcensbeschouwingen zijn.

Hoewel de kop boven deze blog (boeddhisme en humanisme) belachtelijk pretentieus is, wil ik toch de 'humanistische meetlat' zelf eens proberen te meten.

Op elk van de standpunten van de Humanistische Alliantie geef ik wat (persoonlijk) kommentaar:
Fundamentele vrijheden: het boeddhisme benadrukt juist de (bijna existentiële) onvrijheid;
Een menselijke economie: zeker, en vergeet de andere levende wezens niet;
Europa van waarden en democratie: het zal wel;
Scheiding van kerk en staat: zou wel moeten maar is boeddhisme niet altijd zo goed in;
Gelijke rechten: hierin is het nogal patriarchale boeddhisme vatbaar voor verbetering;
Duurzaam in woord en daad: helemaal mee eens;
Medisch-ethische zelfbeschikking: hier kunnen de wegen wel eens behoorlijk uiteen lopen;
Menswaardit vreemdelingen- en asielbeleid: helemaal mee eens;
Privacy-bescherming: helemaal mee eens;
Echte zorg: dit standspunt begrijp ik niet, vermoedelijk wel mee eens;
Creatief burgerschap: vermoedelijk niet een boeddhistische prioriteit;
Onderwijs als fundament: fundament van wat? Veel boeddhisten houden (helaas) niet van leren;
Ontwikkelingssamenwerking: helemaal mee eens.

Ondanks mijn sympathie voor het humanisme en voor de hier genoemde standpunten zit er toch wel een behoorlijk verschil tussen deze standpunten en die van de meeste boeddhistische tradities.
Ik denk dat we verschil het best te kunnen typeren met behulp van de stelling:
In het boeddhisme is de mens niet de maat van alle dingen.

Wat ik me afvraag: stel nou dat de BOS onderdeel wordt van de omroep VPRO-HUMAN; de (politiek-levensbeschouwelijke) standpunten van VPRO en HUMAN liggen vermoedelijk dicht bij elkaar, maar hoe moet de BOS zich hier positioneren? Toch niet neutraal?

O ja, hun conclusie: “Mensen hebben verantwoordelijkheid voor hun eigen leven én voor de samenleving als geheel. En mensen zijn niet alleen rationeel, ze zijn niet louter economische wezens. Ze zijn ook emotie, ervaring, beleving en tot heel veel in staat, als ze daarin worden gevoed door goed onderwijs, kunst en cultuur en goede zorg. Die visie zien we bij GroenLinks en D66, iets minder bij de PvdA en veel minder bij de VVD. Het programma van het CDA was op dit punt lastig in te delen, met dat programma kun je alle kanten op."
De Partij voor de Dieren had ik hier ook verwacht, en Mens en Spirit ook enigszins.


Samenvattend:
Een boeddhistische meetlat is vermoedelijk van elastieke aard, boeddhisten zijn vermoedelijk (althans de meeste, ik ken een paar uitzonderingen) minder materialistisch dan de gemiddelde Nederlandse kiezer. Inderdaad: het zijn net mensen.

donderdag 16 augustus 2012

Stemmen boeddhisten wijzer? Ga ik stemmen en wat?

De verkiezingen op 12 september (in Nederland; ik weet het, er zijn ook Vlaamse lezers) gaan ook boeddhisten niet voorbij.
Vandaar de vraag: gaan we stemmen, en zo ja: welke partij?
Om u meteen gerust te stellen: dit wordt geen stemadvies! Zowel omdat u geen advies van mij nodig heeft als vanwege mijn onzekerheid over mijn keus.

Ga ik stemmen? Ja, ondanks mijn twijfel of het iets uitmaakt. Of processen waar ik me zorgen over maak (bv het vermarkten van steeds meer onderwerpen, ook spirituele, de toenemende inkomensverschillen, het misbruik dat gemaakt wordt van de financiële crisis) wel gestopt kunnen worden door welke partij dan ook. Twijfel of de Tweede Kamer nog wel relevant is dus.
Maar alle beetjes helpen en niet-stemmen is ook een keuze (Het is wel een ouwe maar nog steeds een goeie: je kan wel zeggen, 'ik bemoei me niet met de politiek', maar de politiek bemoeit zich wel met jou). Wel dus.

En dan: welke partij ?
Is er een partij waarvan de standpunten onze boeddhistische idealen het best benadert?
Dat is volgens mij geen goede vraag:
Er zijn geen algemeen geldige boeddhistische politieke idealen
De verschillen tussen de tradities zijn groot, van wereld-verzakend, via gelijkmoedigheid t.a.v. wereldse zaken tot expliciet ìn de wereld staand boeddhisme.
En dan: spirituele doelen zijn niet zomaar in politieke te vertalen.
Ik kan het anders zeggen: we moeten niet van idealen uitgaan maar van pragmatische zaken
Een half jaar geleden was er initiatief voor het oprichten van een Partij van het Geluk, de initiatiefnemers waren een aantal Zen-beoefenaren. De twijfel die ik daar bij had, was onder andere gebaseerd op het gebruik van de term 'geluk'; het lijkt mij verstandig die term zo weinig mogelijk te gebruiken.

Goed, er zijn dus geen expliciet-boeddhistische partijen, en dat is opzich niet erg.
De vraag is voor mij:
Moeten wij (ieder voor zich) kijken welke partij het meest onze boeddhistische idealen in het programma heeft; en dan heb ik het over zaken als niet-hechten, compassie, gelijkmoedigheid, tolerantie?
Er is een ondergrens, kiezen voor de PVV is bijna op voorhand uitgesloten, en de Partij voor de Dieren lijkt juist sympathiek.
Maar ik zou zeggen: kies niet alleen een partij op basis van hun en jouw idealen.
Kies een partij een beetje met je hart maar vooral met je verstand; je gezonde verstand dan.
Kies een partij die een aantal wereldse problemen het beste denkt aan te pakken.
Economie, de zorg en Europa zijn dat volgens mij in eerste instantie.

En zaken als solidariteit dan, bijvoorbeeld armoede in Nederland en vooral op wereldschaal, ontwikkelingshulp dus?
Het milieu-vraagstuk, dat weer ondergesneeuwd (rare beeldspraak in dit verband trouwens) dreigt te raken door de nadruk op de economie: biodiversiteit is toch ook voor ons van belang?
Onderwijs, misschien steunen sommige partijen wel het gebruik van 'mindfulness' in het onderwijs, maar is dat voldoende reden die te kiezen? Dan denk ik nog eerder aan programmapunten als religieuze tolerantie, tenminste als dat ook een beetje de vorm heeft van: de vaardigheid vergroten om religieuze discussies te voeren met 'andersdenkenden'.

Soms kunnen thema's gecombineerd worden: betaalbaar houden van de gezondheidszorg heeft veel te maken met indammen van de macht van de push-krachten, van de farmaceutische industrie bijvoorbeeld. Mij lijkt het heel boeddhistisch om zo weinig mogelijk geneesmiddelen te gebruiken, maar misschien is dat wel een privé-opvatting.
Partijen die 'de vergrijzing' op zich een groot probleem vinden, kunnen niet op voorhand op mijn sympathie rekenen, tenzij ze maatregelen voorstellen die de verhouding tussen de generaties verbeteren, ook voor boeddhisten een relevant thema.
De economische crisis, de door de financiële markten maar ook door de consumenten (wij dus) veroorzaakte crisis hoeft toch niet persé door groei verholpen te worden? Wie biedt oplossingen?

Biedt de stemwijzer nog houvast?
Ik heb gekeken naar de vragenlijst , sinds een paar dagen in de lucht.
Er is ook een app van, zag ik, die weten tablet-gebruikers vast wel te vinden.
Er kwam een partij voor mij uit die hoorde bij het rijtje waaruit ik overwoog te kiezen, ik blijf toch nog wel even overwegen, een partijpolitieke stem is immers niet alleen principieel maar ook strategisch (anders gezegd: laat ik de partij waar ik vroeger altijd op stemde, in de steek?).

Een verrassing was dat bij mij de partij ' Mens en spirit ' hoog scoorde; ik had me nog nooit in die partij (zie hier ) verdiept. Hun programma is de moeite van het lezen waard; jammer alleen dat opnieuw Bhutan als voorbeeld wordt genoemd in hun programmapunt over Bruto Nationaal Geluk. Ze zijn meer New Age dan boeddhistisch (voor mij een groot verschil, voor anderen niet) en hebben in de peilingen al bijna een halve zetel.

Ook de vragenlijst van 'Kieskompas' kan houvast bieden; mij eerlijk gezegd niet zo veel.

Een andere vraag: komen er in de “stemwijzer' ook vragen voor die – hoe zwak ook – direct iets met het boeddhisme te maken hebben? Ik ben ze niet tegengekomen.
De site programmavergelijker is dan wellicht bruikbaarder: Ik ben nagegaan wat partijen zeggen van twee ook voor boeddhisten belangrijke punten:
- de onderdrukking van de Tibetaanse religie en cultuur door de Chinese regering
- de onzekere toekomst van de levensbeschouwelijke (de zgn. 2.42-) omroepen waaronder de BOS
Ik heb over deze onderwerpen niets gevonden, ook niet in de afzonderlijke verkiezingsprogramma's die ik ten behoeve van deze blog ook heb gelezen (u ziet, ik offer mij op).
Wel zie ik na een korte google-zoektocht dat PVV en PvdD de 2.42-omroepen willen afschaffen.

Misschien ga ik de komende weken nog wel verder zoeken en wikken en wegen.
Misschien ga ik toch maar op 12 september op m'n gevoel af, .

maandag 9 juli 2012

Zou ik dan toch bestaan? Een interview met mij

Het een paar weken geleden gestarte “BoeddhistischDagblad” had het aardige idee mij te interviewen.
Dat interview is inmiddels verschenen. Ik vind het wel mooi, al heb ik het voor m’n C.V. niet meer nodig.
Van de toestemming van het DB, de tekst hier over te nemen, maak ik alleen voor een klein deel gebruik.
Overigens: m’n activisme is verminderd maar zeker nog niet verdwenen. Dat mag blijken uit het verslag van m’n gesprek met het KASKI waarvan ik binnenkort in dit blog mijn versie zal publiceren.
Maar nu Joop Hoek, redacteur en interviewer, niet te verwarren (gebeurt wel eens) met Joop Romeijn:


“ ‘Dat felle, echt geëngageerd zijn, is wel een beetje geschiedenis voor mij’

Joop Romeijn is gepensioneerd orthopedagoog. In boeddhistisch Nederland is hij bekend als een criticaster. Sommigen ervaren hem als lastig, een man die altijd en overal iets op heeft aan te merken. Romeijn omschrijft zichzelf als een ongebonden, geëngageerde, vrijzinnige theravada boeddhist. Wie hij is en waarom hij dingen doet, legt hij uit aan het Boeddhistisch Dagblad.

Een hele mond vol, ongebonden, vrijzinnig, geëngageerd. Allemachtig.
‘Dat felle, het echt geëngageerd zijn, is wel een beetje geschiedenis voor mij. Tegenwoordig beleef ik toch meer plezier aan dhammastudie. Maar kritisch ben ik, en zal ik altijd wel blijven. Ook op mezelf, hoor. Daarom voel ik me ook zo thuis in het theravada boeddhisme. Die is nuchter en bescheiden. Ik heb veel minder met het soms zo irrationele van zen of het geëxalteerde van het Tibetaans boeddhisme.
......”


De hele artikel; is te lezen in het BoeddhistischDagblad van 9 juli
Hoort u het eens van een ander.

donderdag 12 april 2012

Mooie rol voor ex-BUN-voorzitter in Islam debat Maar zijn boeddhisten echt zo lief en tolerant?

Een paar weken geleden is een rapport van de Universiteit van Amsterdam uitgebracht met als titel
Religie, binding en polarisatie.
De reacties van de leiding van levensbeschouwelijke organisaties op islamkritische uitingen
.

Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het Ministerie van Veiligheid en Justitie.
Het rapport is hier te downloaden.
Het onderzoek is overigens in de eerste helft van 2011 uitgevoerd want als voorzitter van de BUN wordt nog onbekommerd Richard de Jongh genoemd, en die was van januari tot begin augustus van dat jaar voorzitter.

Ik citeer uit het persbericht van de UvA ( hier )
“Levensbeschouwelijke organisaties in Nederland doen niet mee aan de polarisatie rond moslims en de islam. In reactie op islamkritiek en anti-islamitische uitingen hebben de mainstream islamitische, christelijke en joodse organisaties de banden aangehaald. ... Vellenga en Wiegers onderzochten hoe de leiding van levensbeschouwelijke organisaties reageerden op islamkritische uitingen en welke factoren van invloed zijn geweest op deze reacties. Vijf islamkritische of anti-islamitische uitingen staan centraal in het onderzoek: de film Submission (2004), de Deense cartoonaffaire (2005 - 2006), de film Fitna (2008), de film An Interview with Mohammed (2008) en het Zwitserse minarettenverbod (2009). Vellenga en Wiegers deden onderzoek onder 21 landelijke levensbeschouwelijke organisaties in Nederland: tien islamitische, vijf christelijke, drie joodse, een hindoeïstische, een boeddhistische en een humanistische."

Mij interesseert uiteraard het deel van het rapport (paragraaf 5.3 op pagina 192-197) over de boeddhistische organisatie. De BUN dus.
Het blijkt dat alleen één ex-voorzitter van de BUN is geïnterviewd (“V” zal ik hem noemen omdat het me voor komt dat teveel roem niet goed voor hem of haar is) is die van 2007 tot begin 2009 voorzitter was en aan het eind van die periode ambtenaar bij het ministerie van Justitie werd.
De missie van die voorzitter was het om – naar eigen zeggen - het boeddhisme “maatschappelijk te verankeren.” (pagina 192) Zo hoor je nog eens wat.
Op basis van citaten van V wordt een kenschets gegeven van wat het (Westerse) boeddhisme is, een nogal persoonlijke selectie, vind ik.
Dat geldt ook de analyse. Ik heb de verslagen van de ledenvergaderingen van de BUN uit de betreffende periode gelezen, en hun Nieuwsbrieven, ze bevatten slechts summiere informatie over deze maatschappelijke verankering en over het met minister Hirsch Ballin aan de tafel zitten van de BUN-leider in 2008. Als het rapport dus zegt “Er zijn geen aanwijzingen in het interview met V voor de stelling dat er van binnenuit of van buitenaf (sterke) druk op de leiding van de BUN is uitgeoefend om op een bepaalde manier te reageren op de betreffende islamkritische uitingen” (pagina 196), dan denk ik: logisch, vrijwel geen boeddhist wist dat de leiding van de BUN met het thema Islamkritiek bezig was.
Ook wordt meegedeeld: “Hoewel de BUN-leiding niet gereageerd heeft op de geselecteerde uitingen van islamkritiek, heeft V daarover wel een opvatting."(pagina 195) En dan volgt een serie persoonlijke opvattingen zoals “... de moeite met het “gesloten wereldbeeld” zoals dat onder bijvoorbeeld orthodox-gereformeerden in Nederland aantreft” (pagina 196).
Volgens mij is het onjuist dat deze ex-voorzitter, toen al Justitie-ambtenaar, deze persoonlijke opvattingen ter berde bracht in het interview.


Hieronder geef ik de samenvatting (door de onderzoekers) van het hoofdstuk 5.3 over de BUN
Op dit rapport wil ik enig kommentaar geven

(1) In zekere zin wordt achteraf door de voormalige ‘leiding van de BUN’ verantwoording afgelegd over dit beleid. Grote problemen heb ik er niet mee. Gezien de haatgevoelens van de film ‘Fitna’ en de heftige reacties die ze opriep in 2008, kan ik me de vredestichtende rol van de BUN wel voorstellen.

(2) De eerste zinnen van de samenvatting vind ik te kort door de bocht. We weten helemaal niet of de “de aangesloten boeddhistische verbanden verdeeld” waren of zouden zijn geweest over bedoelde “islamkritische uitingen”; in het openbaar reageren is had m.i. het BUN-bestuur best kunnen doen. Raar vind ik ook dat dat de ex-voorzitter openbaarheid niet in het belang van de BUN-leden achtte.

(3) Het hele hoofdstuk (dat is: het interview) bevestigt de populaire visie dat het boeddhisme buitengewoon tolerant is ten opzichte van andere religies en ook buitengewoon vredelievend en vredestichtend is.
Het is fijn als boeddhist om zo waargenomen te worden. Maar klopt het ook?
Die vraag moet ik op twee niveaus beantwoorden:
(a) Op het niveau van de leer, de Dharma.
In alle boeddhistische tradities wordt – voorzover ik weet – vredelievendheid en non-agressie gepreekt.
Maar tolerantie ten aanzien van andere religies of zelfs ten aanzien van andere boeddhistische tradities is toch maar beperkt. De Boeddha bestrijdt (zeker in de Pali Canon) onjuiste visies met grote stelligheid en duidelijkheid want die brengen degene die daarin gelooft, niet tot ‘Ontwaken’. En sommige Mahayana-teksten zijn soms ronduit beledigend voor wat ze Hinayana noemen. Ook hoor ik wel eens over het elkaar bestrijden van Tibetaans-boeddhistische scholen.
(b) Op het niveau van de politiek.
In het Westen en zeker in Nederland is het boeddhisme geen politieke factor van enige betekenis. Maar in Aziatische landen wel en daar wordt wel degelijk machtspolitiek gevoerd door boeddhistische regimes die bepaald niet (alleen) gebaseerd zijn op principes als vredelievendheid en tolerantie. Soms met expliciete steun van monniken, zoals in Sri Lanka. Een ander voorbeeld: Bhutan.
En zelfs in en om onze eigen Nederlandse BUN is er wel machtsstrijd: niets menselijk is ons (boeddhisten) vreemd.

(4) Wat vindt het Boeddhisme (liever gezegd: ‘een boeddhist') eigenlijk van de Islam? Los dus van de politieke en soms gewapende strijd in landen als Thailand (met een islamitische minderheid in het zuiden van het land), puur als religie dus?
Mijn indruk is dat de meeste autochtone boeddhisten in Nederland er eenvoudigweg geen mening over hebben, of hoogstens vaag dezelfde mening als vergelijkbare niet-boeddhisten uit dezelfde maatschappelijke en culturele klasse (blank, goed opgeleid). Anders en à la Geert Wilders gezegd: het zijn geen “Henken en Ingrids”, het zijn nogal wereldburgers. Dat ze dus vaag-tolerante opvattingen hebben in de trant van ‘leven en laten leven’, maar ook ‘ver van m’n bed’..
En hoe de allochtone boeddhisten in Nederland (bv Chinezen en Thai) over de Islam denken, daar weet ik helemaal niets van, niemand volgens mij.
Bijna alle autochtone boeddhisten hebben zichzelf als (jong)volwassene tot boeddhist bekeerd, of tot iemand met affiniteit tot het boeddhisme zoals velen graag zeggen. Daar is wel enige religie-vergelijking aan voorafgegaan dus, moet ik aannemen, bij mij was dat in ieder geval wel zo.
Stel nou dat zo’n boeddhist de Islam puur als religie bekijkt, zou dat hem of haar aanspreken? Ik denk het niet, afgezien dan van de mystieke stromingen binnen de Islam, zoals de Soefi.
Christenen en moslims kunnen mogelijk hun religies zinvol met elkaar vergelijken, daarvoor zijn er genoeg aanknopingspunten. Maar die tussen Boeddhisme en de Islam zie ik nauwelijks.
Is dat erg? Misschien wel voor degenen die vinden dat alles één is. Niet voor wie accepteert dat er verschillen zijn die ook best als (onoverbrugbare) verschillen benoemd mogen worden.


Samenvatting en verbanden [pagina 197 van het rapport]
Op de vijf islamkritische uitingen die in dit onderzoek centraal staan, is door de BUN-leiding niet openbaar gereageerd. Zij zag dit niet als haar taak of in het belang van haar leden. Over dergelijke kwesties zijn de aangesloten boeddhistische verbanden verdeeld. Wel heeft de BUN zich in de context van het negatieve klimaat over de islam in Nederland aangesloten bij de inter-levensbeschouwelijke verbanden van de jaarlijkse Prinsjesdagviering en In Vrijheid Verbonden waarbinnen ze contact heeft met vertegenwoordigers van islamitische organisaties. Ook werkt ze graag samen met de stichting Islam & Dialoog. In naam van de BUN heeft V deelgenomen aan het Fitna-beraad van de ministers Hirsch Ballin en Vogelaar met vertegenwoordigers van een twintigtal levensbeschouwelijke en etnische organisaties. Op dat beraad kijkt hij met zeer veel tevredenheid terug.
“Met al die moslimorganisaties en ik zat er namens de boeddhisten in en iemand van het humanisme en van de katholieken en van de protestanten, gewoon om de moslims bij te staan van: hoe ga je hier nou mee om, hier in Nederland? Nou, dat is gewoon heel goed gegaan.” (Interview V)
De BUN-leiding ziet de vrijheid van godsdienst als een zeer belangrijke grondslag voor het vreedzaam samenleven van de zeer uiteenlopende levensbeschouwelijke groeperingen in Nederland. Ze hecht aan de vrijheid van meningsuiting, maar vindt tegelijkertijd dat die vrijheid niet gebruikt mag worden ten koste van anderen, bijvoorbeeld moslims. Vanwege de inhoudelijke afstand loopt de band met islamitische instellingen doorgaans via de lijn van inter-levensbeschouwelijke verbanden. V loopt warm voor interreligieuze uitwisseling en contacten. Volgens hem zijn boeddhisten geen partij in de spanningen die in interreligieuze verbanden weleens tussen organisaties van monotheïstische religies de kop opsteken en kan de BUN daarbij soms een relativerende en bemiddelende rol spelen.
Het optreden van de BUN-leiding op het terrein van islamkritiek en interreligieuze contacten is deels toe te schrijven aan de ambitie van V, als voorzitter van de BUN tussen 2007 en 2009, om het boeddhisme “maatschappelijk te verankeren” en de BUN op het terrein van de inter-levensbeschouwelijke dialoog actief te laten zijn. Dat optreden wordt ingegeven door waarden en karaktertrekken die het boeddhisme volgens V kenmerken. Volgens hem staan in het boeddhisme waarden als ‘mededogen’, ‘compassie’ en ‘respect’ centraal en is het boeddhisme een niet-dogmatische, inclusieve levensbeschouwing die andere spirituele stromingen niet uit-, maar insluit en zich daarmee gemakkelijk laat verbinden. De humoristische en relativerende rol die V de BUN toekent bij interreligieuze spanningen houdt mogelijk verband met de positie die zij in het levensbeschouwelijke veld inneemt. Het boeddhisme is een spirituele stroming in Nederland die buiten de monotheïstische godsdiensten staat. Wellicht omdat de BUN een relatief jonge en kleine organisatie is die weinig belangen te verdedigen heeft, kan zij binnen inter-levensbeschouwelijke verbanden gemakkelijk de ‘doorbrekende’ rol van een “hofnar” spelen
.”

donderdag 3 november 2011

Wat is "kritisch boeddhisme"? - En geloof ik dan in de "BoeddhaNatuur" ? Deel 1

In de negentiger jaren kwam in het Japanse boeddhisme een meningsverschil dat tientallen jaren had gebroed tot uitbarsting en verbreidde zich over de wereld. Het begon met een discussie over sociale discriminatie binnen de Soto-Zen school; volgens sommigen werd er door boeddhisten stilzwijgend en soms openlijk steun te geven aan een verscheidenheid van Japanse tradities en praktijken die vrouwen, armen en etnische minderheidsgroepen discrimineren of ze benadelen. Door na te denken over hun ervaringen met deze groep gingen Matsumoto en Hakayama Noriaki kritiek leveren op het Japanse boeddhisme, die een steeds breder terrein besloeg. Zaten er - zo vroegen zij zich af - in de Japanse interpretatie van het boeddhisme niet onjuistheden waardoor onderdrukkende sociale gebruiken konden ontstaan en waardoor ook de rol van sommigen boeddhisten in Japan's agressie in de Tweede Wereldoorlog te verklaren valt?

‘Kritisch boeddhisme’ is ook een ‘terug naar de bronnen’, het verwijderen van lagen opportunisme en machtsdenken en het opnieuw waarderen van de ethische dimensie, die bij het Zen-boeddhisme nogal verwaarloosd is. In die zin kan de stelling van de Japanse critici begrepen worden: het boeddhisme is per definitie kritisch, ook in de zin van “onderscheidend”.

Eén van de meest hete hangijzers in de analyse van deze kritische boeddhisten was dat de leer van de BoeddhaNatuur niet boeddhistisch is, maar bij een soort volksspiritualiteit hoort. Ook de ‘non-dualiteit’ zoals in de Vimalakirti Sutra geleerd, is onacceptabel.
Een deel van teksten uit deze discussie is vertaald in het boek 'Pruning the Bodhi Tree', en riep ook in angelsaksiche landen nogal wat discussie op. Aan Nederland ging die discussie voorbij.
“Pruning the Bodhi Tree – The Storm over Critical Buddhism”
Edited by Jamie Hubbard & Paul L. Swanson.
University of Hawaií Press, 1997

Ik beperk me hier overwegend tot een korte beschrijving van een paar hoofdstukken uit dit boek.
De vraag wat “BoeddhaNatuur” eigenlijk is, is niet zo eenvoudig te beantwoorden, er is in de loop van de tijd nogal wat - verschillends - in dit concept gestopt: van zeer feitelijk tot zeer transcendent en mystieks.
Een kort overzicht biedt http://nl.wikipedia.org/wiki/Boeddha-natuur. Uitgebreider is de engelse versie in http://en.wikipedia.org/wiki/Buddha-nature; hier wordt ook het concept “tathagata-garbha” gebruikt, afgezien van subtiele verschillen een synoniem van het concept “BoeddhaNatuur”.

Eerst het hoofdstuk “The Doctrine of Tathagata-garbha Is Not Buddhist” door Matsumoto Shirõ
Deze doctrine is niet boeddhistisch omdat hij essentialistisch en monistisch is en op atman-denken gebaseerd. En, zoals we weten, is juist het kenmerk van het boeddhisme de idee van niet-zelf (anatta)
Boeddhistisch daarentegen – zo licht Paul Swanson in een eerder hoofdstuk toe – is de leer niet-zelf en die van de causaliteit (pratityasamutpada). Deze leer is niet die van de universele wederzijdse afhankelijk en niet-temporale causaliteit zoals later ontwikkeld maar die van de twaalfvoudige keten, zich afspelend ìn de tijd, van het afhankelijk ontstaan.
Matsumoto heeft geen probleem met de stelling dat alle levende wezens een Boeddha zouden kunnen worden; zijn probleem begint bij de vervolgstap dat deze mogelijkheid dan al als kern of embryo in alle levende wezens aanwezig is; en al helemaal met de daarop volgende stappen dat alle levende wezens dus BoeddhaNatuur hebben en dus in essentie al Boeddha zijn. Het probleem zit juist in het begrip `Natuur` (hier te begrijpen als ´aard´, ´essentie´), door hem genoemd het ´dhatu´-begrip dat hij bestrijdt.
Het is een inside-discussie tussen Zen/boeddhisten maar hij beschrijft ook hoe ”He (Hakamaya Noriaki) sees Dõgen’s thought to entail a fundamental critique of the ideas of original enlightenment and tathaqgata-garbha, and proceeds to dramatize how, in the later history of the Sõtõ sect, this fundamental position of Dõgen was twisted and changed into teaching the very thing its originator had criticized. ”

Een antwoord hierop wordt gegeven door Sallie King in het hoofdstuk “The Doctrine of Buddha-Nature Is Impeccably Buddhist”. (ïmpeccably betekent: onberispelijk). Haar verdediging is als volgt:
Men moet kijken hoe termen als BoeddhaNatuur functioneren in teksten die men bestudeert. Ze ontkent niet dat het concept BuddhaNatuur een atman-karakter heeft; maar, de Buddha-Nature Treatise (die zij als belangrijkste bron gebruikt) legt de term ´atman´ juist in termen van mainstream Mahayana-denken. `Atman´ betekent hier de ware, essentiële, aard van alle dingen.
Ook ‘pratityasamutpada’ krijgt de waardering die het verdient, vooral in de vorm van ‘sunyata’ (leegte) als konsekwentie ervan.
Daarmee komen we bij de kern van haar betoog: veel boeddhisten zijn bang voor het begrip ‘sunyata’, zijn bang voor de leegte; ze ervaren het als nihilisme. Sunyata is natuurlijk niet nihilistisch; maar als vaardig middel (skilful means, upaya) voor mensen die deze angst hebben, wordt dan in plaats daarvan het begrip `BoeddhaNatuur´ gebruikt.

[Even een zijspoor: in de Westerse filosofie valt soms de term “horror vacui”, als uitdrukking voor de onzekerheid van de mens, die niet kan leven met twijfel en onzekerheden en niet ingevulde vraagtekens. Volgens deze redenering probeert de mens op elke vraag een passend antwoord te vinden en voor alles een verklaring te zoeken. Kennelijk hadden sommige Aziatische mahayanisten deze horror vroeger ook.]

De conclusie van Sallie King dat de stelling dat het concept BuddhaNatuur essentialistisch (dhatu-vada is hier de gebruikte term) is, onjuist is.
Want ´BoeddhaNatuur´ is een soteriologisch (ongeveer: op ´ontwaken´ of op ´transformatie´ gericht) concept en is ontologisch neutraal.
Daarmee heeft het concept ´BoeddhaNatuur´ opnieuw een onschuldig karakter gekregen, maar twee vragen blijven wel staan:
- Is het zien van sunyata als logisch gevolg van de pratityasamutpada-idee niet wat kort door de bocht?
- Is BoeddhaNatuur echt een niet-nihilistisch synoniem voor sunyata ? En zijn er ook niet heel wat
Mahayana-teksten die BoeddhaNatuur een veel verdergaande (ontologische) betekenis geven,
zoals kan blijken uit het Wikipedia-artikel?

In een volgende post een poging tot antwoord op de meer persoonlijke vraag “Geloof ik dan in de BoeddhaNatuur?” Daarin ook tekstonderzoek in de Pali-Canon over dit concept, want daar is in de Wikipedia-artikelen ook sprake van.

Joop

zaterdag 22 oktober 2011

Een tussen-stand-van zaken met dit blog

De afgelopen weken heb ik dit “boeddhisme-blog” nieuw leven ingeblazen.
Als jullie anderen op deze blog willen wijzen: graag.

Oude stukken (brieven, artikelen) heb ik gedateerd ingevoegd, en nieuwe stukken geschreven.
Ik heb genoeg stof om nog jaren te schrijven:
samenvattingen en besprekingen van boeken;
amateur-boeddhologie en de vraag naar het nut van deze kennis bij de beoefening;
ontwikkelingen in het georganiseerde boeddhisme in Nederland (of juist het ontbreken daarvan);
en meer persoonlijke ervaringen; zo wil ik binnenkort gaan schrijven over
Geloof ik dan in de ‘Boeddha-natuur’?, en
Wat is een 'vrijzinnig Theravadin’?

Wel wat veel voor iemand zonder ambitie, toch?
Maar ja, ik vind dat er in Nederland weinig echte discussies tussen de diverse boeddhistische tradities en tussen boeddhisten plaatsvinden. Daarom is een beetje polemisch blog misschien wel nodig.

Groeten

Joop

zondag 20 september 2009

Bestaat een boeddhistisch geweten ? Geëngageerdheid tussen meditatie en actie

Een artikel van mij, opgenomen in 'Simsara' van september 2009

Er is ogenschijnlijk een grote kloof tussen het introverte mediteren en het extraverte geëngageerd actief zijn als boeddhist. Die kloof is echter overbrugbaar.
De stelling die ik in dit artikel ga uitwerken, is: boeddhist zijn is niet iets vrijblijvends. Daarbij ga ik vooral op de motivatievraag in, het "waarom".
Ik spreek de lezers van Simsara hier aan als ‘boeddhist’, hoewel lang niet alle inzichtmeditatoren dat zeggen te zijn. Dit artikel is overwegend vanuit een vrijzinnig-Theravada perspectief geschreven, maar wel met enige kennis over hoe het er in andere boeddhistische tradities aan toe gaat.

Om te beginnen: het ‘geëngageerd boeddhisme’ bestaat niet, hoewel dat door sommigen wel gedacht of gepropageerd wordt. Ook wel door mij een paar jaar geleden.
Er is geen boeddhistische traditie met de naam “geëngageerd boeddhisme” en die komt er ook niet.
Er zijn mensen die betrokken zijn op wat er om hen heen gebeurt en die de aandrang hebben iets aan onrecht of ongewenste ontwikkelingen die ze zien, te doen.
Sommige mensen zijn dat slechts marginaal, anderen in sterke mate.
Sommigen daarvan zijn geen boeddhist, andere wel.

Die groep kunnen we ‘geëngageerde boeddhisten’ noemen, zeker als ze dat ‘iets willen doen’  als boeddhist willen doen, samen met andere boeddhisten. Dat vindt in Nederland weinig plaats, zo is mijn ervaring vanuit de Werkgroep Geëngageerd Boeddhisme de afgelopen jaren. Mensen die ik er op aansprak dat ze als boeddhist toch eigenlijk geëngageerd moeten zijn, reageerden met dat ze daar ‘als mens’ mee bezig waren, niet ‘als boeddhist’; of zeiden dat ze beroepsmatig al op deze wijze betrokken actief zijn. Dat kan ook, maar ik probeerde het boeddhist zijn en het belangeloos actief betrokken zijn als één geheel zichtbaar te maken.
 
Mediteren en geëngageerd  zijn
Het is niet zo dat in een meditatiesessie het inzicht ‘jij moet geëngageerd zijn’ in mij opkwam.
Wel heeft het bepaalde remmingen weggenomen zoals de opvatting dat een boeddhist geen aanstoot zou moeten geven, respectabel zijn dus. Of dat kritisch zijn altijd onheilzaam is.
Bij mij helpt het om me scherper bewust te zijn van de vraag of mijn motieven voor een geëngageerde actie zuiver zijn, of ze uit compassie en geweten voortkomen respectievelijk uit boosheid, rancune, manifestatiedrang enzovoorts. Beide komen overigens bij mij voor.
 
Van nogal wat van de beslissingen die ik de laatste jaren in deze richting heb genomen, weet ik niet hoe ze tot stand zijn gekomen.
Waarom ik het nodig vond me als boeddhist in te zetten tegen het steeds verder afnemen van de biodiversiteit (in de periode voordat het milieu weer in de mode kwam).
Waarom ik daarom een landelijke ‘Werkgroep geëngageerd boeddhisme’ oprichtte.
Waarom ik nu als ‘kritisch boeddhist’ oppositie voer tegen het beleid van een paar landelijke boeddhistische organisaties.
Waarom ik het me aantrek als het principe van ‘scheiding van kerk en staat’ soms wel erg makkelijk wordt gerelativeerd.
Deels is het zeker intuïtie geweest, het plotseling helder wordende gevoel  ‘iets te moeten doen’.
 
Een overzicht van wat er zoal gebeurt, in Nederland en internationaal, is opgenomen in een eerder artikel van me; in: www.vriendenvanboeddhisme.nl/html/archief_najaar2006_joopromeijn.html
 
Compassie en geweten als bron van geëngageerd zijn
Volgens mij zijn er twee bronnen waar ieder, die geëngageerd is, z’n motivatie uit haalt:
(1) Compassie voor alle levende levens;
(2) Haar of zijn geweten dat spreekt.
Compassie is in alle boeddhistische tradities een centraal begrip, vooral de belangeloosheid ervan kan in de beoefening worden nagestreefd.
In de Visuddhimagga legt Buddhaghosa uit waar de term 'karuna' vandaan komt, ons centrale begrip compassie dus. "Wanneer anderen lijden laat karuna het hart van goede mensen rillen. Karuna sloopt het lijden van anderen, het valt het aan en doet het in de ban, het versnippert het." Compassie, mededogen, is ook in Theravada dus een actief, bijna een activistisch begrip.
Toch word ik eerlijk gezegd wel eens wat wee van de eenzijdige aandacht die ‘compassie’ tegenwoordig krijgt.
Hier wil ik nader ingaan op het geweten, m.i. een nogal verwaarloosd fenomeen in het Westerse boeddhisme.
 
Hebben boeddhisten een geweten ?
Een belachelijke vraag, zal men zeggen. Natuurlijk hebben ze dat, dat hebben alle mensen, in meerdere of mindere mate natuurlijk.
Maar toch niet zo belachelijk voor de godsdienstwetenschapper George Chryssides, die stelt:
“Boeddhisten die ik heb gesproken, tenminste westerse, begrijpen wat het concept ‘geweten’ betekent maar delen de opvatting dat het eenvoudigweg geen rol speelt in de boeddhistische ethiek of religie.
De korte maar accurate omschrijving van de boeddhistische visie op ‘geweten’ is, dat er zoiets niet is.”
 
Opvallend is wel dat de term “geweten” in het boeddhisme heel weinig voorkomt. In het standaardwerk An Introduction to Buddhist Ethics van Peter Harvey wordt het woord nauwelijks gebruikt; ik vertaal één van de zeer weinige passages erover:
“De rol van ‘geweten’ in het boeddhisme wordt uitgevoerd door een kleine groep kwaliteiten:
Hiri, dat is ‘zelfrespect’ en ‘morele schaamte’ en
Ottappa, ‘bevreesdheid voor morele misstappen’, die gestimuleerd wordt door zorg voor het effect van een actie bij anderen en op het karma.
Daarnaast speelt ook een rol de combinatie van 'energie', 'opmerkzaamheid' en 'helder begrip’, om ons gedrag in harmonie te laten zijn met onze idealen en doelstellingen.”
 
Chryssides koppelt in z’n artikel het kunnen hebben van een geweten aan het geloof in God en die regels die Hij heeft gesteld. Dat lijkt me niet nodig.
Ik definieer ‘geweten’ als ‘geïnternaliseerde normen en waarden, plus’, primair dus het resultaat van een psychologisch proces, in een sociale context waarin die normen en waarden steeds opnieuw benadrukt worden. Een geweten is echter niet een ‘ding’, er zijn alleen individuele gewetensprocessen, waarin men morele afwegingen maakt: grote of kleine beslissingen.
Van de ‘plus’ in m’n omschrijving heb ik alleen een vermoeden dat die bestaat. Sommigen noemen dat zuivere kern of Boeddhanatuur maar die woorden geven alleen maar misverstanden, het liefst geef ik het geen naam of noem het m’n boeddhistische intuïtie.
 
Willen we er aan ?
Ook het boeddhisme heeft normen en waarden! Of het nu de elementaire vijf voorschriften zijn, of de 10 of ruim 200 van monniken/nonnen, of de talloze Bodhisattva-beloften.
Er is dus genoeg. De vraag is echter: wil de Westerse boeddhist daar aan?
Om twee redenen is het antwoord dan soms: liever niet.
De eerste reden is dat een zelfbekeerling zich (enigszins) afzet tot zijn religieuze opvoeding. Deels komt dit ook doordat de voorschriften als net zoiets als de Tien Geboden worden gezien. 
De wijze waarop Thich Nhat Hanh de voorschriften als aandachtsoefeningen uiteenzet, kan dit misverstand doen verdwijnen, namelijk als combinatie van compassie en voornemen.
De oefeningen zijn via het menu van www.aandacht.net te vinden
 
De tweede reden is dat men denkt dat een geweten hebben hoort bij het dualistische denken terwijl men als boeddhist non-dualistisch wil zijn. Een aantal jaar geleden heeft Han de Wit een artikel geschreven met als titel ‘Niet ons geweten mobiliseren, maar hartstochten hun wortel ontnemen’. Hij plaatst de term ‘geweten’ in “de tweedeling geweten versus hartstochten. Op basis hiervan is de gebruikelijke gedachtegang dat morele vorming zich moet richten op het omvormen [of] intomen van deze hartstochten. Hoe fundeert het boeddhisme dan zijn ethiek? Wedervraag: wat is het effect van deze 'geweten versus hartstochten'-theorie op onze geest en is dat effect heilzaam of niet'? [Dat] effect is dat het de mens verdeelt in zichzelf en tegen zichzelf opzet. Het brengt ons er toe dat we permanent met onze negativiteiten met die van anderen, in strijd verwikkeld (moeten) zijn.  Is die strijd heilzaam?” 
Het antwoord van Han de Wit: nee; beter is het “om de wortel van deze hartstochten weg te nemen. Hartstochten [zijn] geen uiteindelijke realiteiten, die eigen zijn aan de menselijke natuur. Daarom begint de ethische vorming in deze traditie ook met het leren opgeven van deze innerlijke strijd met al haar schuldgevoel, haat en zelfhaat die zij wekt. Kortom ze begint met het accepteren van wie en wat we zijn, met al onze egocentrische hartstochten.”
 
Voor mij is geweten tegenover hartstochten een schijntegenstelling. Ik accepteer m’n egocentrische hartstochten wel, maar geef er niet altijd aan toe. Zolang ik niet ontwaakt ben, geen arhat ben, kan ik de voorschriften daarvoor goed gebruiken: als aandachtsoefeningen.
 
Boeddhisme zonder ethiek ?
De gedachte van Westerse boeddhisten dat ze de ethiek achter zich hebben kunnen laten, is niet ongevaarlijk.
Het gevolg is dat veel boeddhisten een soort normenvrij enclave, afgeschermd van de samenleving, denken te kunnen leven; in een cultuur waar niet normen maar alleen maar compassie de omgang met anderen (en zichzelf) bepaalt. Om een voorbeeld te noemen: het betrekkelijke nieuwe verschijnsel van boeddhisten die geld gaan verdienen aan hun religie. Dit vereist ethische reflectie omdat hierbij makkelijk een verstrengeling van belangen ontstaat; geld verdienen mag maar is per definitie niet belangeloos.
Velen noemen tegenwoordig hun boeddhisme niet een religie maar een lifestyle; volgens mij is er aan een leefstijl in het algemeen geen specifieke ethiek verbonden, lekker makkelijk dus.
In zijn boek  ‘Oneindige Cirkel’ adviseert Bernie Glassman – één van de eerste geëngageerde boeddhisten – Westerse boeddhistische groeperingen, de ethische voorschriften aan het begin van de training bestuderen en bespreken. “Ze moeten vanaf het begin in onze botten zitten, onderdeel van onze essentie en ons leven zijn”.
Ik ben het daar zeer mee eens; het Achtvoudige Pad behelst immers niet alleen mediteren en het verwerven van wijsheid, maar ook en om te beginnen: ethisch gedrag.